24. Spelregels "Spreekwoordenspel"
Dit spel moet met 2 teams gespeeld worden. Beide teams gaan tegenover elkaar zitten met het bord naar team 1 gericht. Team 1 maakt een spreekwoord (ze moeten kiezen uit spreekwoorden van een lijst) en team 2 moet het spreekwoord oplossen. Beide teams kunnen een lijst met spreekwoorden uitkiezen.
Team 1 kiest dus een spreekwoord uit. Zij zetten dit spreekwoord met blokjes boven de kleuren blauw-groen-roodbruin-zwart en geel.alle blokjes moeten tegen elkaar staan en er moeten spaties (een blokje met een streepje) gebruikt worden tussen de woorden. In ieder vak (bv blauw) passen 6 blokjes. Men werkt van blauw naar geel. Als het spreekwoord er in staat, kun je het bord omdraaien.
Nu is het de bedoeling dat team 2 het spreekwoord gaat raden! Eerst moet men met de grote dobbelsteen gooien waar de kleuren op staan. Gooien zij bijvoorbeeld groen, dan pakt men de kleine dobbelsteen in het vak 'groen'. Met de kleine dobbelsteen kan men 1 t/m 6 gooien. Gooit men 3, dan moet men blokje 3 van vak groen omhoog brengen. Met een spijker kan men dit blokje vastzetten (de spijkers zitten er los bij). Zo verschijnt er langzamerhand een spreekwoord, gezegde of woord.
Als team 2 het spreekwoord opgelost heeft schrijft men op hoelang ze erover gedaan hebben (dit kan men bijhouden dmv een stopwatch). De rollen worden dan omgedraaid, team 2 maakt het spreekwoord en team 1 lost hem op. Ook van dit team wordt de tijd opgeschreven. Het team met de minst lange tijd heeft gewonnen!
(Er zijn in totaal 4 lijsten met spreekwoorden. De lijsten
moeten worden verdeeld en daaruit kunnen de teams een
spreekwoord kiezen. Zo voorkom je dat de ,teams de
spreekwoorden al van te voren kunnen doorlezen. Ook krijgt
ieder team 1 lijst met moeilijke, lange woorden. Hier kun je
ook voor kiezen als je dat lleuker vindt). |